Methodiek

Kunstenaars bekijken de wereld vanuit verrassende perspectieven. In een wereld waarin kinderen van jongs af aan geleerd wordt in vastgestelde kaders te denken, moeten leerlingen hier vaak even aan wennen. In interactie met de kunstenaar en kunstwerken leren kinderen nieuwe invalshoeken kennen. Op deze manier kunnen de kaders voorzichtig losgelaten worden en kan de verbeelding worden aangewakkerd.

Durven fantaseren
Voor leerlingen kan het spannend zijn om uit hun comfortzone te stappen en vrij te fantaseren. Daarom doet de leerkracht actief mee met het beeldend onderzoek en is hij of zij onderdeel van het creatieve groepsproces. De leerkracht laat blijken dat er niet gezocht wordt naar één juist antwoord, maar dat ieders inbreng gewenst en van belang is.

Technieken
Technieken en vaardigheden zoals kleien, knippen en plakken zijn in het beeldende proces het middel om de verbeelding tot uiting te brengen en niet het doel van de les.

Aanpak per groep
De aanpak is voor alle groepen gelijk, maar de invalshoek en thematiek verschillen per leeftijdsgroep. Daarbij is het belangrijk om steeds aansluiting te vinden bij de belevingswereld van de klas. En om rekening te houden met het ontwikkelingsniveau en de groepsdynamiek.

Werkwijze
Een beeldende les bestaat uit 3 stappen:

1. Inspireren
Het thema wordt geïntroduceerd door het te verkennen aan de hand van de belevingswereld van de kinderen. Wat weten zij al van het thema, wat hebben ze erover te vertellen? Daarna, aan de hand van inspiratie uit de beeldende kunst, filmpjes en boeken, gaat de klas vrij fantaseren over het thema. Dit proces kan zowel in gesprek als door te doen plaatsvinden.

2. Doen
Nadat in de inspiratiefase de leerlingen hun fantasie de vrije loop hebben gelaten gaan de kinderen hun opgedane ideeën verbeelden. De ideeën kunnen tot uiting gebracht worden in diverse materialen.

3. Reflecteren
Reflectie vindt plaats gedurende de gehele les doordat de leerkracht open vragen blijft stellen over de keuzes van de leerlingen. Daarnaast wordt aan het einde van de les met de klas al dan niet gezamenlijk gereflecteerd. Tijdens het reflecteren is het belangrijk dat de leerlingen woorden geven aan hetgeen ze in hun hoofd en met hun handen hebben gemaakt.